| Geluksdag Dat is Groningen
Sluit
Menu
Geluksdag

Verhaal

Geluksdag

Vandaag zou het die ongeluksdag zijn, je weet wel, vrijdag de 13e.

We stappen deze dag rond een uur of 15:15 op de fiets van school op weg naar zwemles. Het lijkt alsof het weekend al begonnen is. Veel mensen onderweg onder het waterige zonnetje dat toch de dag nog heeft weten te verwarmen.

We fietsen op de rotonde en moeten rechts afslaan. Iemand voor ons lijkt ook rechtsaf te slaan, althans hij steekt zijn hand die richting uit. Maar op het laatste moment, terwijl ik de bocht al heb ingezet en in de snelle baan zit, besluit hij toch rechtdoor te gaan. Mijn voorband raakt zijn achterband, remmen blijkt niet meer voldoende te zijn en een botsing is een feit.

Daar gaan we als in slowmotion voor mijn gevoel. Mijn eerste gedachte: mijn KIND! Ik moet er alles aan doen om de fiets zo lang mogelijk rechtop te houden!! Maar er is geen houden meer aan en de fiets kiept met ons hard op het asfalt. Mijn knie raakt als eerste de grond. Daarna mijn rechterhand. Ik voel mijn handpalm over het asfalt glijden en de fiets bovenop mij vallen en hoor mijn dochter gillen……..WE LIGGEN languit OP DE WEG/BUSBAAN!

Ik probeer zo snel als ik kan op te staan terwijl mijn blik zoekend naar achter mijn kind probeert te vinden. Ook haar knie ligt op de grond maar haar hoofd heeft de grond niet geraakt zo te zien. Ik hijs haar zo snel als ik kan uit haar benauwde situatie. Er snellen meteen mensen op ons af en trekken ons en de fiets naar de kant. En dan voel ik het branden en kloppen, Au…… mijn dochter begint hard te huilen, ik hou haar stevig vast en voel de schrik dan pas als een gek door m’n lijf gieren.

En dan is zij daar. Een kleine vrouw met donkere twinkel ogen. Ze draagt een zwart nepleren jasje, een licht roze hoofddoek en een zwart/wit linnen sjaaltje. Ze ontfermt zich over mn kind als we opstaan. “Je bent een dapper meisje, kijk,” zegt ze en ze geeft haar een zakdoekje. Er komt iemand aangesneld met ranja. Dan kijkt de vrouw naar mij op. “Ze moet wat zoets, ik ben vorige maand in het water gevallen met de fiets,” zegt ze. Ondertussen haalt ze een KitKat uit haar tas en geeft deze aan m’n dochter. Die begint te eten en kalmeert.

Dan kijk ik naar mijn hand. Ja, au… Een schaafwond, maar vies… “Eerst even schoonmaken ergens,” zeg ik. Ik loop naar de bloemen stand aan de overkant terwijl mijn meissie bij de vrouw blijft. Bij een kraantje spoel ik het meeste vuil eruit. Eenmaal terug staat de zorgzame engel klaar met pleisters. “Oh” zeg ik tegen haar, “wat ben je lief en wat ben ik blij dat je er bent”. En ik hou haar arm even vast. “Ik ben blij dat ik er kan zijn,” zegt ze me terwijl ze me aankijkt met haar helder donkere twinkel ogen. Het word me opeens allemaal te veel en tranen komen opwellen. Wat een liefdevol mens op het juiste moment daar, wat een geluk! “Wacht voordat je gaat, hoe heet je?” -“Fatima.” “Dank je wel Fatima.” Ik til m’n kind weer op de fiets en we fietsen krakkemikkig en beurs naar huis.

Vandaag heet geluk Fatima!

Correspondent Geluksdag